Pensioenfonds Performance:
2022-Q1

15 juli 2022

Home > Pensioenfonds Performance: 2022-Q1

Op 9 juni 2022 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) diverse kerncijfers van 189 pensioenfondsen of collectiviteitskringen gepubliceerd met betrekking tot het eerste kwartaal van 2022. Wij geven een overzicht van de ontwikkelingen.

Aantal pensioenfondsen

In het eerste kwartaal van 2022 nam het aantal pensioenfondsen en collectiviteitskringen (exclusief fondsen in liquidatie en fondsen met minder dan 100 deelnemers) af van 192 naar 189. De volgende wijzigingen zijn opgetreden:

  • Het ondernemingspensioenfonds Atradius verdween in verband met een overdracht per
    1 januari 2022 naar Zwitserleven.
  • Het ondernemingspensioenfonds Fluor Nederland verdween in verband met een overdracht per 1 januari 2022 naar bedrijfstakpensioenfonds PGB.
  • Het bedrijfstakpensionfonds Wonen verdween in verband met een overdracht per 1 januari 2022 naar bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel.
  • Het ondernemingspensioenfonds Total verdween in verband met een overdracht per 1 januari 2022 naar een eigen kring bij Stap Algemeen Pensioenfonds (Kring TotalEnergies NL).

Actuele dekkingsgraad

De gegevens die DNB ieder kwartaal publiceert bevatten informatie over de beleidsdekkingsgraden (BDG), maar niet over de actuele dekkingsgraden (ADG). Met behulp van publiek beschikbare gegevens hebben we een indicatief verloop van de actuele dekkingsgraden gemaakt.

Per type pensioenfonds worden in de grafieken de gemiddelde actuele dekkingsgraden getoond voor de kwartalen 2021K1 tot en met 2022K1. De stippellijnen zijn de ongewogen gemiddelden en de doorgetrokken lijnen de gewogen gemiddelden. De weging is op basis van het belegd vermogen, waardoor meer gewicht toegekend wordt aan de grotere pensioenfondsen. Uit beide figuren blijkt dat BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan de andere pensioenfondsen. Aan de gewogen dekkingsgraden (rechterfiguur) is vervolgens te zien dat de grote BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan kleinere BPF’en, terwijl bij de andere typen pensioenfondsen juist het tegenovergestelde geldt. Op het eind van het eerste kwartaal 2022 is de gewogen actuele dekkingsgraad bij BPF-en voor het eerst hoger dan de ongewogen dekkingsgraad (115,3% om 114,7%).

De gewogen gemiddelde actuele dekkingsgraad (gemeten over alle pensioenfondsen) steeg in het eerste kwartaal 2022 van 114,2% naar 118,7% (+4,5%).

Beleidsdekkingsgraad

Op een fonds na steeg bij alle fondsen de beleidsdekkingsgraad (BDG) in het eerste kwartaal van 2022. De meeste pensioenfondsen hadden aan het eind van het eerste kwartaal van 2022 een BDG tussen de 110% en 115% (31x). Relatief veel fondsen hadden ook een BDG tussen de 120% en 125% (28x). Bij 11 fondsen was de BDG lager dan 100%. Het vorige kwartaal was dit nog 18. Een fonds had nog een BDG lager dan 90%. De ADG van dit fonds is ook lager dan 90%.

In onderstaande figuur wordt de ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad inzichtelijk gemaakt.

De gemiddelde (ongewogen) BDG is in het eerste kwartaal van 2022 met 2,2% gestegen. De gewogen BDG steeg iets meer, namelijk met 2,9%. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen komt de gewogen BDG lager uit dan de ongewogen dekkingsgraad. Dit komt doordat de grotere BPF’en een lagere BDG hebben dan de kleinere BPF’en. Bij de ondernemingspensioenfondsen, de beroepspensioenfondsen en de algemene pensioenfondsen is dit juist omgekeerd.

Voor de BDG zijn dezelfde figuren te maken als voor de actuele dekkingsgraad. Hierin wordt zichtbaar dat de BDG alle vier kwartalen is gestegen. Bij twee fondsen steeg de BDG in het eerste kwartaal met 5%-punt of meer.

Beleggingsrendementen

In het eerste kwartaal van 2022 lieten alle pensioenfondsen een negatief beleggingsrendement zien. Het ongewogen gemiddelde beleggingsrendement voor risico fonds in het eerste kwartaal van 2022 bedroeg 7,5% negatief (2021K4: 2,9% positief), met een minimum van -14,0% en een maximum van -0,8%. Het gewogen gemiddelde rendement was 6,2% negatief (2021K4: 3,7% positief), wat inhoudt dat grotere pensioenfondsen gemiddeld een iets beter (negatief)  rendement behaalden dan kleinere pensioenfondsen. Onderstaande figuur toont de rendementen ten opzichte van het verschil in actuele dekkingsgraad.

Geconcludeerd kan worden dat, ondanks een gewogen gerealiseerde beleggingsrendement van ruim 6% negatief in het eerste kwartaal van 2022 de gewogen actuele dekkingsgraad met circa 3% steeg. Dit komt door de gestegen rente in het eerste kwartaal, waardoor de pensioenverplichtingen lager gewaardeerd werden, met als gevolg per saldo een stijging van de dekkingsgraad.

Feitelijke renteafdekking

In de volgende figuur is zichtbaar gemaakt in welke mate pensioenfondsen het renterisico hebben afgedekt.

Circa 68% van de fondsen heeft een renteafdekking tussen de 30% tot 70%. De (ongewogen) gemiddelde renteafdekking komt uit op circa 55% (2021K4: 53%). Gewogen komt de renteafdekking gemiddeld uit op circa 48% (2021K4: 46%), hetgeen betekent dat grotere fondsen de rente over het algemeen fors minder afdekken.

Jeroen Koopmans
  Jeroen Koopmans

gerelateerde artikelen

2023-03-20T23:32:30+01:00
Ga naar de bovenkant